Op een dag moeten wij ook uitrusten van het leven hier, want het is vermoeiend hè, leven, het is dodelijk vermoeiend en dan komt de dag dat je een beetje moet uitrusten, niet alleen mensen, ook honden.
*
De mensen, heeft ze ontdekt, willen een reden voor stilte. Het is geen willen, het is eisen. Je mag niet zomaar stil zijn omdat je niets te zeggen hebt of omdat je van de stilte houdt. Er moet een reden voor zijn, wat hoogst merkwaardig is, want de stilte is eigenaardige, soms ook angstaanjagende, maar altijd mooie muziek. Toch mag er zonder reden niet gezwegen worden. Verdriet is een aannemelijke reden voor de stilte.
*
'Ik zong harder dan de radio, maar de chauffeur piekerde er niet over de radio uit te zetten, want ze hebben geen compassie, hè. En toen stierf het beest. In een file. Overal getoeter om me heen. En geschreeuw. Ik voelde het lijf verslappen. Het is beter zo, dacht ik en ik zei tegen de chauffeur: 'Draai maar om. We gaan terug. Het is beter zo.' Hij knipoogde naar me in zijn spiegel, hij had bijna geen tanden meer, twee, een gele en een zwarte, maar hij zat met open mond naar me te lachen en te knipogen en hij vroeg: 'heeft de hond plastic gegeten?' 'Houd eens op,' zei ik. 'Ik weet precies wat ze gegeten heeft. Denk je dat ik haar plastic te eten geef? Denk je dat?''
Nog trilde haar stem van verontwaardiging bij de gedachte aan die vraag. Plastic. Waar zag zo'n man haar voor aan?
''Dan zijn het de wormen,' zei hij. 'Het zijn de smerige wormen.' En hij lette niet op de weg. Hij keek alleen maar naar mij. Je mag het best weten, want je zult het wel van de anderen gehoord hebben. Verlekkerd keek 'ie naar me. Terwijl ik daar met een dood beest op mijn schoot zat. Maar dat kon hem niets schelen, dat kan mannen niets schelen. Als ze eenmaal ergens een lekker hapje in hebben gezien, dan kan het ze niets schelen of je met een dood beest op schoot zit.'
*
Als ze is uitgezongen en het echtpaar papiergeld in haar emmer heeft gedeponeerd, wil Lina doorlopen, maar het echtpaar houdt haar tegen.
'Zing nog een keer,' zegt de mevrouw, 'zing meer voor ons.' De vrouw houdt Lina zachtjes bij haar arm vast. Lina ziet armbanden om de pols van de vrouw. Er wordt opnieuw geld in haar emmer gedeponeerd.
Lina gaat weer zingen. Het is uitzonderlijk dat men haar twee keer achter elkaar wil horen, er zijn ook mensen die haar geld geven om niet te zingen, maar ze verbaast zich niet over het uitzonderlijke. Het echtpaar glimlacht, de mevrouw buigt zich naar de zangeres, pakt een hand van de zangeres, bestudeert die hand, de nagels, de huid.
Wat is daar allemaal te zien?
Het lied is uit, het was er een met veel onbegrijpelijke woorden, maar juist daarom zo mooi. Dit lied zingt Lina het liefste. Voor het slapengaan herhaalt ze de onbegrijpelijke woorden als een gebed.
'Hoe heet je?' vraagt de vrouw, zonder de hand van de zangeres los te laten.
*
De dood is van alles, juist niet niets. Niets is wat er niet is, en de dood is aanwezig, aanweziger dan veel dingen die leven